procedure naam(par1, par2,
..., parN){...instructies...}
definieert een nieuwe procedure met een
zelf gekozen naam. De procedure kan beschikken over een aantal
parameters die hier par1, par2, . . . , parN worden genoemd. Dit
zijn de namen van de variabelen die je wilt gebruiken in de instructies
die tussen accolades staan.
Voorbeeld:
# definieer het tekenen van een rechthoek
procedure rechthoek(breedte, hoogte)
{
verfWit()
herhaal(2)
{
vooruit(hoogte)
rechts()
vooruit(breedte)
rechts()
}
stopVerven()
}
naam(arg1, arg2, . . . , argN)
is de aanroep van de procedure met dezelfde
naam en hetzelfde aantal parameters. De argumenten arg1, arg2, . .
. , argN zijn de concrete waarden voor de parameters in de proceduredefinitie.
Voorbeeld:
vooruit(1)
rechthoek(3,2) # de aanroep gebruikt de bovenstaande definitie
vooruit(3)
rechthoek(1,4) # nog een aanroep, nu met andere argumenten
retourneer
zorgt ervoor dat de uitvoer van de huidige procedure wordt afgebroken.
De uitvoer zal worden hervat bij de eerste insructie na de procedure-aanroep.
Op deze manier is het mogelijk slehts een eerste deel van de procedure
te laten uitvoeren.
piet()
# hier gaat de uitvoer verder nadat 'piet' is voltooid
links()
vooruit(1)
procedure piet()
{
vooruit(5)
als(voorIsObstakel())
{
# breek de uitvoer van deze procedure af
retourneer
}
vooruit(3)
}
|